Natuurmonumenten rond Haaksbergen

1

Het Buurserzand was het eerste ‘natuurmonument’ dat de Vereniging Natuurmonumenten in Overijssel verwierf. In 1929 heeft de weduwe van de heer J.B. van Heek, mevrouw Edwina van Heek-Ewing, het buurserzand aan Natuurmonumenten overgedragen. Het Buurserzand is een prachtig natuurgebied met jeneverbessen, vennen, houtwallen, bos en niet te vergeten het los hoes Bommelas en de Harrevelderschans. Sinds 1983 beheert Natuurmonumenten ook het Witte Veen, bij Buurse. Dit is een restant van het uitgestrekte hoogveengebied dat in vroeger jaren in dit ‘niemandsland’ bij de grens heeft gelegen. Natuur kent geen grenzen. De mens wel. Daardoor is een deel van dit bijzondere veengebied bewaard gebleven. Om het ook voor de toekomst te behouden werkt Natuurmonumenten samen met haar natuurbeschermingscollega’s aan de andere kant van de grens.

Bij de naam Buurserzand verwacht men een gortdroog, kaal zuifstandgebied. In werkelijkheid ligt hier een opvallen natuurgebied waar open heidevlakten, graslanden en bosjes elkaar afwisselen. In dit parkachtige geheel kunt u ook een groot aantal verschillende planten en dieren aantreffen. Zo leven er spechten in de oudere eikenbosjes, wullpen op de natte heide, geelgorsen rond het jeneverbesstruweel en kikkers in de vennen. Het beheer van Natuurmonumenten is erop gericht om de geweldige variatie in het Buurserzand te behouden. In het bos mag de natuur zoveel mogelijk haar gang gaan. De heide wordt onderhouden door stukjes te maaien of te plaggen. De afwisseling maakt het Buurserzand tot een geliefd wandel- en fietsoord.

De Bommelas

bommelasIn het Buurserzand bevindt zich het los hoes ‘de Bommelas’dat diende als onderdak voor mens en vee. Het boerderijtje is een Rijksmonument, gebouwd rond 1850 door Gerrit Jan Keizer. Deze had een schommelende wagen waarmee hij heideplaggen (brandstof) naar de markt in Enschede bracht. Boer en boerderij kregen op die manier de naam ‘Bommelas’. Keizer overleed op 80-jarige leeftijd nadat hij tijdens een beroerte in de open haard viel. Sindsdien is deze oude Twentse boerderij onbewoond. Vereniging Natuurmonumenten heeft de Bommelas in het Buurserzand opgeknapt.

Heide

Op de heide ziet u vanaf half juni overal de zachtroze bloemetjes van de dopheide. Deze heidesoort geeft aan dat het hier behoorlijk vochtig is. De struikheide die pas vanaf augustus paars bloeit, groeit alleen op de drogere plekken van het Buurserzand. Tussen de dopheide is soms ook de paarsblauwe bloem van de zeldzame klokjesgentiaan te ontdekken. Op deze plant zet het zeldzame gentiaanblauwtje zijn eitjes af. In heel Europa gaat het gentiaanblauwtje acheruit. Dat komt doordat er steeds minder heidegebieden zijn. In het Buurserzand komt deze zeldzame vlinder nog steeds voor. Dat laat zien dat dit natte natuurgebied van grote (inter) nationale waarde is. Maar het evenwicht is heel kwetsbaar. Het gentiaanblauwtje legt eitjes op de klokjesgentiaa, de rups eet ervan. De knoopmieren, dol op de zoete afscheiding van de rups, adopteren hem. De rups overwintert en verpopt zich in het mierennest. Als vlinder verlaat het Gentiaanblauwtje de mieren. Vlinder plant en mier hebben elkaar nodig. Valt er
een schakel tussenuit, dan is het wankel evenwicht verstoord. Daarom probeert Natuurmonumenten het leefgebied voor het gentiaanblauwtje te behouden en uit te breiden.

Natuurgebied Witte Veen

Het meest bijzonder in dit gebied is het restant hoogveen. Voor de vorming daarvan zijn veenmos en water nodig. Veenmos is net een spons: het kan tot 20x zijn eigen gewicht aan water opnemen. De plant kan ook boven de grondwaterspiegel groeien. Veenmos sterft maar langzaam af. Zo ontstaat een dik pakket plantenresten, dat tot veen samengeperst wordt. Hoogveen, met zijn kenmerkende planten en dieren, is nu zeldzaam in Nederland. Door ontwatering en ontginning is veel verloren gegaan.

Boomkikker

De boomkikker is één van de meest bedreigde diersoorten in Nederland. In het Witte Veen gaat het gelukkig goed met het felgroene diertje. Natuurmonumenten herstelt zijn leefgebied door het graven van poelen en slenken. Vroeger maakten kikkers, padden en salamanders dankbaar gebruik van de poelen waar het vee uit dronk. De meeste daarvan zijn na 1950 verdwenen. Er kwamen andere voorzieningen, zoals automatische drinkinstallaties, voor in de plaats. Koeien gebruikten de poelen niet meer, met als gevolg dat ze dichtgroeiden of werden gedempt. Zo kregen kikkers, padden en salamanders steeds minder plaats om zich voort te planten. De boomkikker staat op de Rode lijst van diersoorten die in hun voortbestaan worden bedreigd. Door een Europese subsidie is er in het Witte Veen een nieuw leefgebied gegraven en zijn er vijf poelen onderhouden en verbeterd. Het project draagt de toepasselijke naam ‘Life-Ambition’.

Voor meer informatie over fiets- en wandeltochten door de natuurgebieden van Natuurmonumenten kunt u terecht bij VVV Haaksbergen. Kijk ook eens op www.vvvhaaksbergen.nl of op www.natuurmonumenten.nl

Plaats uw commentaar