De plek van … Jan-Herman Scholten

1
wethouder Jan-Herman Scholten...Een prachtig stukje Buurse

Begin dit jaar werd Jan-Herman Scholten beëdigd als wethouder Samenleving. Een baan die hem prima bevalt. “Elke dag ga ik met plezier naar mijn werk.” Hij voelt zich verbonden met Haaksbergen, de plaats waar hij is geboren en getogen. Hij doorliep er de basisschool, ging uit bij Charly en Silver Shadow en voetbalt bij Bon Boys. “Ik vind het belangrijk dat mensen je kunnen aanspreken. En dat je weet wat er leeft in de samenleving.”

Geloof in kracht

“Ik geloof in de kracht van de samenleving; ben trots op wat er wordt gerealiseerd in Haaksbergen, met een relatief geringe bijdrage van de gemeente. Onze zelfredzaamheid is behoorlijk groot. Kijk eens naar ’t Meuken en De Trefkoel. Als je ziet wat daar is neergezet. Ik heb er moeite mee wanneer mensen zich negatief uitlaten over Haaksbergen. Als ik een rapportcijfer zou moeten geven dan werd het een 8! Natuurlijk zijn er ook mindere aspecten. Maar al met al vind ik dat wij als Haaksbergenaren veel te bescheiden zijn.” Is het niet lastig om wethouder te zijn in de gemeente waar je al zo lang woont? “Het is in elk geval een pre dat je op de hoogte bent van de netwerken. Dat je veel mensen persoonlijk kent zie ik niet als een bedreiging. Je kunt het ook omdraaien door hen te zien als ‘stille adviseurs op de achtergrond’. Je hoort nog eens iets, bent in de gelegenheid signalen op te pakken.”

Kanteling

De Kanteling van de Wmo vergt de nodige aandacht. Participatie en zelfredzaamheid zijn kernbegrippen. En een gemeente die niet meer als vanzelfsprekend voorzieningen verschaft. Eerst wordt bekeken welke mogelijkheden de hulpvrager binnen zijn eigen sociale netwerk of via algemene voorzieningen kan regelen. “De grootste ommekeer betreft het ‘denken vanuit de burger’. We staan aan het begin van dit proces. De kunst is om het goede niet weg te gooien. Er zijn bijvoorbeeld informele organisaties actief als de InterKerkelijke Hulpdienst, de klussendienst van Het Gilde en Steunpunt Mantelzorg. Deze zijn laagdrempelig en zorgen ervoor dat je minder een beroep hoeft te doen op professionele hulpverleners.” Wethouder Scholten benadrukt dat we het samen moeten doen. “Dat betekent: verder kijken dan je eigen organisatie. Lokaal doen wat lokaal kan, regionaal doen wat regionaal moet. En zoeken naar de Haaksbergse maat. Als overheid blijven we de functie van VANGNET behouden. Komen mensen er echt niet meer uit, dan kunnen ze aankloppen bij de gemeente.”

Netwerken

Veel bestaande lokale structuren functioneren volgens hem goed en hoeven niet meer te worden opgetuigd. “We moeten deze versterken en op elkaar afstemmen. De gemeente heeft hierin een verbindende rol.” Hij vervolgt: “Rond ‘het kind’ bijvoorbeeld is er een prima netwerk. We krijgen goed in beeld wat er speelt. Er is bovenschools overleg binnen het basisonderwijs en tussen basisonderwijs en Het Assink Lyceum. Hier zie je dat wanneer je verder kijkt dan de eigen organisatie, je makkelijker tot gezamenlijke oplossingen komt.” Maatschappelijke effecten “Haaksbergen heeft een sterk dorps karakter met een voor die schaal bovengemiddeld voorzieningenniveau. Op sportgebied, maar ook de bibliotheek en een kleinschalig theater. Deze voorzieningen zijn opgebouwd in economische hoogtijdagen. De kunst om ze in stand te houden nu we met minder geld meer moeten doen. Je kunt niet zomaar zaken over boord zetten. Dat moet met beleid en daarbij moet je je zo zuiver mogelijk laten adviseren.” De wethouder noemt de bekende ‘stip aan de horizon’, die je alleen met veelvuldig en gezamenlijk overleg kunt bereiken. “We moeten er de tijd voor nemen. Een leermoment in het kader van de bezuinigingen is denk ik geweest dat er teveel naar cijfers is gekeken en te weinig naar de maatschappelijke effecten ervan. In mijn ogen is het niet goed om alles vanachter het bureau te verzinnen. Als college moet je betrokken zijn. Niet afwachten tot mensen bij jou komen, maar zelf informatie ophalen.”

Planning

Blijft er nog vrije tijd over voor hobby’s en gezin? “In mijn vorige baan als afdelingshoofd Welzijn bij de gemeente Losser zat ik ’s avonds vaak bij commissie- en raadsvergaderingen. Daarnaast was ik in Haaksbergen fractievoorzitter van het CDA in de gemeenteraad. Deze bezigheden zijn nu voor een groot deel weggevallen. De weekendbelasting is daarentegen toegenomen. Met het gezin vergt het wat meer planning. Soms kan ik door de week een paar uurtjes vrij roosteren, terwijl ik uiteraard wel bereikbaar blijf. Ik mag graag wat tuinieren en dat lukt nog. En tot nu toe sta ik nog elke zondagochtend om negen uur op het voetbalveld. Hoewel mijn tijd op de reservebank behoorlijk is toegenomen. En terecht, want de training schiet er vaak bij in.”

Goede keuze

Twentse roots zijn bij Jan-Herman Scholten en zijn vrouw Monique onmiskenbaar aanwezig. “We hebben in Leiden en Wassenaar gewoond. Toch ook een heel mooi stukje Nederland. We zijn dan ook niet uit heimwee teruggekeerd naar Haaksbergen. Het was meer een afweging. De woonlasten liggen in het westen een stuk hoger dan hier. Ons tweede kind was op komst. En toen zich een baan in Haaksbergen aandiende besloten we de stap te nemen. Achteraf een goede keuze.” Buurse
Met zijn gezin zoekt Jan-Herman Scholten geregeld de natuur op. Het Haaksbergerveen, Buurserzand, Het Lankheet, Witte Veen. Dat Buurse aantrekkingskracht heeft, heeft zijn oorsprong in zijn kindertijd. “Zowel mijn vader als moeder zijn geboren Buursenaren. De familieband is hecht. Elke zondagochtend gingen we naar mijn grootouders. En soms even naar de speeltuin bij Beekzicht (nu Captain Jack). Vandaar dat ik ‘iets’ heb met Buurse.” Als favoriete plek kiest hij voor het boogbruggetje over de Buurserbeek, dat Huurner Bulten en Witte Veen verbindt. Een historisch bouwwerk dat met de herinrichting van dit gebied in ere is hersteld. “Buurse zonder Buurserbeek, dat is toch niet voor te stellen?
Prachtig hoe het meanderen van de beek hier is teruggebracht. In deze omgeving kun je mooi wandelen of fietsen. Als tussenstop belanden we graag bij de Haarmühle voor een kop koffie of een pilsje.”

Plaats uw commentaar